In industriële omgevingen waar met brandbaar stof wordt gewerkt, is explosieveiligheid een vast onderdeel van ontwerp en beheer. Ook wanneer stof slechts incidenteel aanwezig is, kunnen risico’s ontstaan die invloed hebben op installaties, apparatuur en verantwoordelijkheden. Zone 22 beschrijft juist deze situaties. Hoewel het risico hier lager ligt dan bij Zone 20 en Zone 21, vraagt ook Zone 22 om een zorgvuldige en onderbouwde aanpak.
Brandbaar stof vormt pas een explosierisico wanneer het in voldoende concentratie in de lucht aanwezig is. In Zone 22 komt dit normaal gesproken niet voor. Toch kunnen tijdens storingen, onderhoud of incidentele procesafwijkingen kortdurend stofwolken ontstaan. Juist omdat deze situaties niet continu optreden, bestaat het risico dat ze in ontwerp en uitvoering onvoldoende worden meegenomen.
Zone 22 wordt gedefinieerd als een ruimte waar onder normale bedrijfsomstandigheden geen explosieve stof atmosfeer voorkomt, en waar dit, als het toch gebeurt, slechts kortdurend is. Het gaat hierbij om onregelmatige en tijdelijke situaties. Deze definitie is bepalend voor de eisen aan apparatuur en de mate van bescherming die nodig is.
Het onderscheid tussen de stof zones wordt bepaald door de frequentie en duur van de aanwezigheid van een explosieve stof atmosfeer:
Deze zone-indeling vormt de basis voor de selectie van apparatuur en beschermingswijzen.
| ATEX-zone | Aanwezigheid explosieve stofatmosfeer | Risiconiveau | Vereist EPL | ATEX-apparaatcategorie | Praktische duiding voor ontwerp en toepassing |
|---|---|---|---|---|---|
| Zone 20 | Continu, langdurig of frequent aanwezig | Zeer hoog | EPL Da | 1D | Explosieve stofatmosfeer is structureel aanwezig. Alleen apparatuur met maximale veiligheid toegestaan. Ontwerp moet uitgaan van permanente blootstelling. |
| Zone 21 | Af en toe aanwezig bij normaal bedrijf | Hoog | EPL Db | 2D | Reëel explosierisico tijdens bedrijfsvoering. Apparatuur moet ontsteking voorkomen bij normaal gebruik en te verwachten storingen. |
| Zone 22 | Zelden en kortdurend aanwezig | Normaal | EPL Dc | 3D | Explosieve stofatmosfeer is onwaarschijnlijk. Basisbescherming volstaat mits proces en onderhoud beheerst zijn. |
Een ruimte wordt als Zone 22 aangemerkt wanneer stofemissie alleen optreedt bij uitzonderlijke situaties, zoals lekkages, storingen of tijdens onderhoudswerkzaamheden. Denk aan ruimtes rondom gesloten transportsystemen of installaties waar stof normaal gesproken volledig wordt ingesloten. De beoordeling blijft altijd procesafhankelijk en vraagt inzicht in bedrijfsvoering en mogelijke afwijkingen.
Ook in Zone 22 moet worden voorkomen dat apparatuur een ontstekingsbron vormt. Mogelijke risico’s zijn elektrische vonken, mechanische wrijving en warme oppervlakken. Omdat stof zich kan ophopen in lagen, kan bij verstoring alsnog een brandbaar mengsel ontstaan. Het ontwerp moet daarom rekening houden met zowel normale bedrijfsvoering als incidentele situaties.
Voor Zone 22 moet apparatuur minimaal voldoen aan EPL Dc. Dit beschermingsniveau is gericht op veilige werking tijdens normaal gebruik, met een lage kans op ontsteking. Apparatuur die geschikt is voor Zone 21 of Zone 20 mag ook in Zone 22 worden toegepast. Dit biedt flexibiliteit in ontwerp, maar vraagt om een bewuste afweging tussen risico, kosten en complexiteit.
In Zone 22 zijn meerdere bescherming concepten toegestaan, waaronder bescherming door behuizing, inkapseling en andere constructieve maatregelen. Welke oplossing passend is, hangt af van de installatie, de omgeving en de functionele eisen. Van belang is dat de gekozen beschermingswijze aantoonbaar aansluit bij de zone-indeling en wordt vastgelegd in de documentatie.
In de praktijk wordt Zone 22 regelmatig onderschat. Veelvoorkomende fouten zijn het volledig negeren van stof risico’s, het toepassen van niet-gecertificeerde apparatuur en het ontbreken van herbeoordeling bij proceswijzigingen. Dit kan leiden tot onveilige situaties en verhoogde aansprakelijkheid.
Ook bij Zone 22 geldt dat een juiste classificatie slechts de eerste stap is. De vertaalslag naar geschikte, gecertificeerde oplossingen bepaalt of de installatie in de praktijk veilig blijft functioneren. Stabicom ondersteunt hierbij met ATEX-producten die geschikt zijn voor toepassingen in stofzones, gecombineerd met kennis van normen, ontwerp en toepassing. Zo wordt ook bij Zone 22 explosieveiligheid aantoonbaar geborgd.
Neem contact op