Uitleg over ATEX Zone 20

In industriële omgevingen waar brandbaar stof aanwezig is, vormt explosieveiligheid een bepalende factor in ontwerp, uitvoering en beheer. Zone 20 beschrijft situaties met het hoogste stof explosierisico. Deze zone vraagt om de meest stringente maatregelen, omdat een explosieve stof atmosfeer hier continu of gedurende lange perioden aanwezig kan zijn. Ontwerpkeuzes binnen Zone 20 hebben directe gevolgen voor veiligheid, betrouwbaarheid en aansprakelijkheid.

Waarom Zone 20 maximale aandacht vraagt

Brandbaar stof kan, wanneer het zich permanent of langdurig in de lucht bevindt, een zeer stabiele explosieve atmosfeer vormen. In Zone 20 is dit geen incidentele situatie, maar een structureel onderdeel van het proces. Hierdoor is de kans op ontsteking en escalatie aanzienlijk groter dan in andere stof zones. Ontwerp en installatie moeten daarom gericht zijn op maximale risicobeheersing.

Wat is Zone 20 volgens ATEX en IEC?

Zone 20 wordt gedefinieerd als een ruimte waar een explosieve stof atmosfeer continu aanwezig is of gedurende lange perioden voorkomt. Het gaat hierbij om processen waarin stof permanent in suspensie is, bijvoorbeeld binnen apparatuur of gesloten installaties. Deze definitie vormt de basis voor de zwaarste eisen aan apparatuur en beschermingswijzen.

Verschil tussen Zone 20, Zone 21 en Zone 22

Verschil tussen Zone 20, Zone 21 en Zone 22

Het onderscheid tussen de stof zones wordt bepaald door de frequentie en duur van de aanwezigheid van een explosieve stof atmosfeer:

  • Zone 20
    Een explosieve stof atmosfeer is continu of gedurende lange perioden aanwezig.
  • Zone 21
    Een explosieve stof atmosfeer kan onder normale bedrijfsomstandigheden af en toe voorkomen.
  • Zone 22
    Een explosieve stof atmosfeer komt normaal niet voor en, als dit toch gebeurt, slechts kortdurend.

Deze indeling bepaalt rechtstreeks de eisen aan apparatuur, ontwerp en installatie.

ATEX-zone Aanwezigheid explosieve stofatmosfeer Risiconiveau Vereist EPL ATEX-apparaatcategorie Praktische duiding voor ontwerp en toepassing
Zone 20 Continu, langdurig of frequent aanwezig Zeer hoog EPL Da 1D Explosieve stofatmosfeer is structureel aanwezig. Alleen apparatuur met maximale veiligheid toegestaan.
Ontwerp moet uitgaan van permanente blootstelling.
Zone 21 Af en toe aanwezig bij normaal bedrijf Hoog EPL Db 2D Reëel explosierisico tijdens bedrijfsvoering. Apparatuur moet ontsteking voorkomen bij normaal gebruik
en te verwachten storingen.
Zone 22 Zelden en kortdurend aanwezig Normaal EPL Dc 3D Explosieve stofatmosfeer is onwaarschijnlijk. Basisbescherming volstaat mits proces en onderhoud beheerst zijn.

Wanneer wordt een ruimte als Zone 20 geclassificeerd?

Een ruimte wordt als Zone 20 aangemerkt wanneer stof permanent of langdurig in de lucht aanwezig is. Dit komt bijvoorbeeld voor binnen silo’s, filters, cyclonen of andere procesapparatuur waar stof continu wordt getransporteerd of verwerkt. De classificatie is sterk procesgebonden en vereist diepgaand inzicht in de bedrijfsvoering en -stofeigenschappen.

Explosierisico’s en mogelijke ontstekingsbronnen

In Zone 20 moet elke mogelijke ontstekingsbron worden uitgesloten. Elektrische vonken, mechanische wrijving, statische elektriciteit en warme oppervlakken vormen hier een direct risico. Omdat de explosieve atmosfeer structureel aanwezig is, is fouttolerantie minimaal. Het ontwerp moet gericht zijn op intrinsieke veiligheid en maximale betrouwbaarheid van alle componenten.

Welke apparatuur is toegestaan in Zone 20?

Voor Zone 20 moet apparatuur minimaal voldoen aan EPL Da. Dit beschermingsniveau garandeert een zeer hoog veiligheidsniveau, waarbij ook bij zeldzame storingen geen ontsteking mag optreden. Apparatuur die geschikt is voor Zone 20 mag zonder aanvullende maatregelen ook worden toegepast in Zone 21 en Zone 22, maar niet andersom.

Toegestane beschermingswijzen in Zone 20

In Zone 20 zijn slechts beperkte beschermingswijzen toegestaan. In de praktijk gaat het vooral om intrinsieke veiligheid en constructieve oplossingen die ontsteking uitsluiten. De gekozen beschermingswijze moet aantoonbaar geschikt zijn voor permanente aanwezigheid van een explosieve stof atmosfeer en zorgvuldig worden vastgelegd in de documentatie.

Veelgemaakte fouten bij Zone 20

Veelvoorkomende fouten zijn een te beperkte scope bij zone-indeling, het onderschatten van interne processen en het toepassen van apparatuur die niet geschikt is voor permanente stof atmosferen. Ook onvoldoende aandacht voor onderhoud en inspectie kan leiden tot verhoogde risico’s en aansprakelijkheid.

Van classificatie naar betrouwbare ATEX-oplossingen

Bij Zone 20 is een juiste classificatie slechts het begin. De vertaalslag naar passende, gecertificeerde oplossingen bepaalt of explosieveiligheid in de praktijk daadwerkelijk wordt geborgd. Stabicom ondersteunt hierbij met ATEX-producten die geschikt zijn voor de zwaarste stof zones, gecombineerd met kennis van normen, ontwerp en toepassing. Zo wordt ook in Zone 20 veiligheid aantoonbaar en beheersbaar gemaakt.

Neem contact op